Dat de koeien zoveel melk geven, komt door selectie, waarbij twee ouders worden gekozen met goede eigenschappen, die samen nakomelingen krijgen met nog betere eigenschappen. Deze koeien waren verbeterd, veredelde koeien.
Op allelen paren liggen eigenschappen, zoals bij stieren of ze hoornen krijgen of niet. In dit geval is hoornvorming dominant en géén hoornvorming recessief. Een combinatie in het allel van wel hoorvorming met niet hoorvorming geeft uiteindelijk hoornvorming.
Melkvorming ligt niet op één allelenpaar, maar op meerderen. Ook is de genotype van belang bij melk, de omgeving speelt namelijk een belangrijke rol (zoals hygiëne, voedsel en water).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten