Als er op één erfelijke eigenschap wordt gelet, noem je dat een monohybride kruising, als je op twee eigenschappen let, is dit een dihybride kruising.
Voorbeeld van monohybride kruising:
Een gen kan dominant of recessief zijn. Als beide genen dominant zijn, kan er een soort tussenkleur ontstaan, zoals het volgende voorbeeld:
We hebben laten twee ouders voortplanten. Ouder A is wit, een dominant gen. Ouder B is zwart, ook een dominant gen. Maak een kruisingsschema en bereken hoe groot de kans voor één kuiken is dat dit wit, grijs of zwart is.
| Ouder A - Wit (dominant) |
| Ouder B - Zwart (dominant) |
B = wit (dominant)
Ouder A heeft genotype ZZ
Ouder B heeft genotype WW
Antwoord:
Genotype:
Voorbeeld van dihybride kruising:
Bij kippen verschilt het per soort wat er op de genen ligt. Zo is er een soort waar zowel de eigenschap voor 'rozekam' als voor de kleur op hetzelfde gen ligt. We gaan er in dit geval vanuit dat wit dominant is en zwart recessief.
W = wit (dominant)
w = zwart (recessief)
Genotype:
1 x AA
1 x BB
2 x AB
Fenotype:
1 x zwart
1 x wit
2 x grijs
1/4 deel is zwart
1/4 deel is wit
1/2 deel is grijs
De kans is dus 25% op wit, 25% op zwart en 50% grijs.
| 50% van de kuikens is grijs |
Bij kippen verschilt het per soort wat er op de genen ligt. Zo is er een soort waar zowel de eigenschap voor 'rozekam' als voor de kleur op hetzelfde gen ligt. We gaan er in dit geval vanuit dat wit dominant is en zwart recessief.
W = wit (dominant)
w = zwart (recessief)
R = rozekam (dominant)
r = géén rozekam (recessief)
Nu laten we twee ouders voortplanten, ouder A heeft genotypen Wr en ouder B Rw. Kijk naar de mogelijkheden voor de kleinkinderen van deze ouders.
Wr x Rw
Alle kinderen hebben de genen Ww Rr.
Ze zijn dus allemaal wit en hebben een rozekam.
We maken een kruisingsschema van de volgende generatie, je schrijft hier alle mogelijkheden in:
Inteelt
Als er twee dezelfde kopieën van een gen in een chromosomenpaar liggen, dus bijvoorbeeld WW is dat organisme homozygoot. Als deze twee verschillen, zoals bijvoorbeeld bij Ww, is het organisme heterozygoot. Als twee mensen die nauwe familie van elkaar zijn met elkaar kinderen krijgen, is de kans veel groter dat er afwijkingen zijn bij dit kind. Dit komt omdat er een zeldzaam allel voor een ziekte kan zijn vastgelegd, als twee heterozygote mensen met een recessief allel voor een zeldzame ziekte kinderen krijgen, is de kans dat dat kind ook die ziekte heeft veel groter.
r = géén rozekam (recessief)
Nu laten we twee ouders voortplanten, ouder A heeft genotypen Wr en ouder B Rw. Kijk naar de mogelijkheden voor de kleinkinderen van deze ouders.
Wr x Rw
Alle kinderen hebben de genen Ww Rr.
Ze zijn dus allemaal wit en hebben een rozekam.
We maken een kruisingsschema van de volgende generatie, je schrijft hier alle mogelijkheden in:
Als er twee dezelfde kopieën van een gen in een chromosomenpaar liggen, dus bijvoorbeeld WW is dat organisme homozygoot. Als deze twee verschillen, zoals bijvoorbeeld bij Ww, is het organisme heterozygoot. Als twee mensen die nauwe familie van elkaar zijn met elkaar kinderen krijgen, is de kans veel groter dat er afwijkingen zijn bij dit kind. Dit komt omdat er een zeldzaam allel voor een ziekte kan zijn vastgelegd, als twee heterozygote mensen met een recessief allel voor een zeldzame ziekte kinderen krijgen, is de kans dat dat kind ook die ziekte heeft veel groter.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten